Recensie 30 november 2001

Spectaculaire mini-opera met soms wat strenge Sint

Muziekrecensie: Susanne Lammers, Leids Dagblad, 1 december 2001

Het allereerste werk dat het Toonkunstkoor vijftig jaar geleden uitvoerde, was de Hohe Messe van Bach. Het jubileumconcert – ter viering van de vijftigste verjaardag – gaat juist over de drie grote B”s van de twintigste eeuw: Benjamin Britten, Samuel Barber en Leonard Bernstein.

Brittens a capella ”A Hymn to the Virgin” is een monumentaal en plechtig begin. De uit elkaar geplaatste koorhelften zingen elkaar fraai en homogeen toe; de linkerkant zingt Maria”s lof in het Engels, de rechterhelft antwoordt met litanie-teksten in het Latijn. De hymne ademt sereniteit, die door de kleine meerstemmige rimpeling alleen maar benadrukt wordt. Zo spannend is Barbers ”Agnus Dei” niet, maar het koor revancheert zich met de sprankelende ”Chichester Psalms” van Leonard Bernstein. Met een klap worden we wakker geschud door het Randstedelijk Begeleidings Orkest, dat hevig in zijn element klinkt in deze betoverende feestmuziek. Vooral psalm 100 – juicht voor de heer, aarde alom! – klinkt als fantastische kermismuziek waar de orkestrale blijdschap van afspat. Countertenor Sytse Buwalda maakt het in psalm 23 – de Heer is mijn herder – dan weer ingetogener. Begeleid door bescheiden harpen, maar vooral door een weemoedige cello die haast van vloeipapier lijkt, bereikt hij een troostende verstilling, die vervolgens in een abrupte overgang door opstandige mannen en opruiend gestopt koper verscheurd wordt in psalm 2.

Toch is dit allemaal nog maar pepernoten. Waar het echt om gaat, duidt de taai-taai bij de koffie in de pauze aan: ”Saint Nicolas (a cantata)” van Benjamin Britten dat door tenor Marten Smeding tot een spectaculaire, semi-scenische mini-opera over het leven van Sinterklaas wordt.

Het koor heeft zich verkleed in rode tabberds en roept wondermooi in het oosters aandoende eerste deel de geest van Sint Nicolaas aan, maar Smeding is de held van dit stuk, vanaf de eerste noot die hij zingt, hoog in de kerk staande bij het organistendeurtje . Hij wordt in zijn dramatische vertolking bijgestaan door een gedreven, maar bescheiden zingend koor, dat de blijdschap van dankbare gelovigen, de vrees van door storm belaagde zeelieden en de angst van ouders die hun kinderen kwijt zijn, allemaal even overtuigend verklankt. De soms toch wel strenge Sinterklaas van Smeding wordt verzacht door de bijdrage van de jongenssopraantjes van Jeugdkoor Eigenwijs en het boven in de kerk bij het Hill-orgel geplaatste Rotterdams Kamerkoor levert interessant commentaar, als engelen die boven het schouwspel hangen. Een surprise.