|
Maria Luigi Carlo Zanobio Salvatore Cherubini groeide op in Florence. Zijn vader speelde klavecimbel en gaf zijn zoon zijn eerste muzieklessen. Later namen gerenommeerde musici die taak van vader Cherubini over, zodat zijn theoretische ondergrond heel gedegen was.
Zo werd hij al vroeg ingewijd in de wereld van het contrapunt, de samenhang van de stemmen, waar hij later een waar meester in zou worden. Toen Luigi 13 was had hij al verschillende religieuze werken gecomponeerd. Hij kreeg de kans te studeren in Milaan, Bologna en Venetië.
In 1780 verscheen zijn eerste opera. Er zouden er nog 28 volgen en met dit genre vergaarde Cherubini de meeste roem. Na een uitstapje als hofcomponist in Engeland vestigde Cherubini zich in Parijs, de stad waar hij zijn leven lang mee verbonden zou blijven. In 1790 voelde hij zich al zo zeer Fransman, dat hij zijn naam veranderde in Marie-Louis-Charles-Zénobi-Salvador Cherubini. Hij maakte de Franse Revolutie volop mee. Waar hij eerst in het Theater van Marie-Antoinette zijn diensten aanbood, werkte hij later voor Napoleon, hoewel die niet speciaal een liefhebber van zijn muziek was: de ernstige Cherubini was hem te moeilijk.
Ook muzikaal zorgde de revolutie voor grote veranderingen: Cherubini schreef veel patriottische Franse werken. De band met de Italiaanse opera werd verbroken en Cherubini speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de Franse opera. Vooral zijn opera ‘Les deux journées’ uit 1800 was een doorslaand succes.
Hij was één van de belangrijkste figuren uit de Franse theaterwereld en zijn composities werden bejubeld door Beethoven, Schubert, Haydn en Brahms.
Na het succesjaar 1800 werd de belangstelling voor zijn opera’s bij het Parijse publiek minder. Cherubini reageerde daar teleurgesteld op en legde zich weer meer toe op religieuze werken.
 Rond 1814 trok hij zich uit het openbare muziekleven terug. Hij werd professor compositie aan het Conservatorium van Parijs, dat in 1795 mede op zijn initiatief was opgericht. Van 1821 tot 1842 was hij directeur van dit instituut. Hij schreef een standaardwerk over het gebruik van contrapunt en fuga, dat in heel Europa gebruikt werd. Aan het eind van zijn leven werd Cherubini geportretteerd door de Franse schilder Ingres. Het doek is te zien in het Louvre in Parijs.
Cherubini werd begraven op de beroemde Parijse begraafplaats Père Lachaise, enkele meters van zijn vriend Chopin. Hij liet een immens oeuvre achter met o.a. 29 opera’s en 26 missen.
Requiem in c-klein
Het eerste requiem van Cherubini, Requiem in C, werd in 1816 gecomponeerd ter nagedachtenis aan de executie van Lodewijk XVI. Beethoven, Brahms en Schumann prezen het werk, maar kerkleiders verweten hem het gebruik van vrouwenstemmen in de kerk.
In 1836 schreef hij nog een Requiem voor zijn eigen begrafenis, waarin hij ‘keurig’ alleen mannenstemmen gebruikte.
Rig Mutschler
|